1 september 2026
Sinds een paar maanden is Patricia Vermeulen algemeen directeur van SOS Kinderdorpen. Wie is zij, hoe kijkt ze terug op haar eerste weken en hoe kijkt ze naar de toekomst van onze organisatie? In dit interview een eerste kennismaking. Over kinderen en families, over de veranderende wereld om ons heen en over een overtuiging die al generaties lang de kern vormt van SOS Kinderdorpen: ieder kind verdient het om veilig en liefdevol op te groeien.
Kun je allereerst wat over jezelf vertellen en over je eerste indrukken van SOS Kinderdorpen?
Graag! Ik ben Patricia Vermeulen en sinds drie maanden algemeen directeur van SOS Kinderdorpen. Ik ben geen onbekende in de NGO-wereld: eerder werkte ik voor het Rode Kruis en was ik ruim zeven jaar directeur van Amref Health Africa. Daarnaast ben ik moeder van twee kinderen, die inmiddels allebei de puberleeftijd hebben bereikt.
Als ouder weet ik hoe belangrijk het is dat kinderen veilig en geborgen kunnen opgroeien. Dat is uiteindelijk wat iedere ouder voor een kind wil. Vanuit die overtuiging wil ik mij ook inzetten voor SOS Kinderdorpen: ervoor zorgen dat zoveel mogelijk ouders de kans krijgen hun kinderen die veilige en liefdevolle omgeving te bieden.
En samen met de collega’s in Nederland heb ik er alle vertrouwen in dat we daarin veel kunnen betekenen. Ik heb hier een enorm betrokken en professionele organisatie aangetroffen, met collega’s die echt gedreven zijn om het verschil te maken voor kinderen en families. Ik kijk ernaar uit om samen mooie programma’s mogelijk te maken, onze zichtbaarheid verder te vergroten en de fondsen te werven die daarvoor nodig zijn.
“Een thuis is zoveel meer dan een dak boven je hoofd.”
Patricia Vermeulen
Als je na die eerste maanden moet omschrijven waar het werk van SOS Kinderdorpen voor jou in de kern over gaat, wat zeg je dan?
Voor mij begint het bij een heel eenvoudige vraag: wat heeft een kind nodig om goed en veilig op te groeien? Natuurlijk is een veilige plek om te wonen belangrijk. Maar een thuis is zoveel meer dan een dak boven je hoofd. Een kind wil zich geliefd voelen, gezien en gewaardeerd worden. Naar school kunnen gaan, spelen, dromen over later en de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. En bovenal: zich veilig weten.
Een liefdevolle, vertrouwde omgeving vormt de basis waarop een kind verder kan bouwen. Wat mij aanspreekt in SOS Kinderdorpen is dat we steeds opnieuw kijken wat ervoor nodig is om die basis voor een kind zo sterk mogelijk te maken.
Veel van onze donateurs kennen SOS Kinderdorpen al heel lang. Wat viel jou op toen je de organisatie beter leerde kennen?
Ik kende natuurlijk ook het vertrouwde beeld van SOS Kinderdorpen: de kinderdorpen, de familiehuizen, de SOS moeders en de kinderen die daar samen opgroeien. Dat is een bijzonder onderdeel van onze geschiedenis. Wereldwijd hebben heel veel kinderen daar een thuis gevonden op een moment dat zij niemand meer hadden die voor hen kon zorgen. Daar mogen we ontzettend trots op zijn.
Mooi om te zien is hoe SOS Kinderdorpen zich door de jaren heen heeft ontwikkeld. We weten steeds meer over wat kinderen nodig hebben om goed op te groeien. Een kind staat nooit op zichzelf. Er is een familie, een gemeenschap, een cultuur, een school en een omgeving. Daarom kijken we tegenwoordig veel breder: wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat een kind veilig kan blijven opgroeien in zijn of haar eigen vertrouwde omgeving?
Dat klinkt anders dan het SOS Kinderdorpen dat sommige trouwe donateurs van vroeger kennen.
Het klinkt misschien anders, maar onze missie is niet veranderd. We willen dat ieder kind kan opgroeien in een veilige en liefdevolle familie.
Daarom proberen we tegenwoordig, waar dat mogelijk en verantwoord is, te voorkomen dat een kind zijn familie verliest. Door eerder naast gezinnen te gaan staan en samen te kijken wat nodig is om problemen op te lossen voordat ze zo groot worden dat een gezin uit elkaar valt.
Maar er zullen helaas altijd kinderen zijn die niet veilig thuis kunnen wonen of die er helemaal alleen voor komen te staan. Ook voor hen zijn we er. We kijken dan eerst of een kind veilig bij familieleden kan opgroeien. En als dat niet kan, bieden we andere vormen van opvang, waaronder opvang in een SOS familie.
Betekent die ontwikkeling dat de kinderdorpen uiteindelijk verdwijnen?
Nee. Maar de dorpen en faciliteiten kunnen wel op een andere manier ingezet worden. De kennis, het netwerk en de voorzieningen die daar in de loop van vele jaren zijn opgebouwd, zijn ontzettend waardevol. We kijken daarom per land en per gemeenschap hoe we die het beste kunnen inzetten voor de kinderen en families die ons nodig hebben.
Een kinderdorp kan bijvoorbeeld een plek zijn waar kinderen tijdelijk worden opgevangen, waar families ondersteuning krijgen of waar jongeren worden begeleid. En als langdurige opvang nodig is, blijven we die bieden in de familiehuizen.
Ik vind dat een mooie ontwikkeling. We bouwen voort op alles wat SOS Kinderdorpen in al die jaren heeft opgebouwd en passen ons aan aan wat nieuwe inzichten en een andere context van ons vragen.
Wat spreekt jou persoonlijk aan in die ontwikkeling?
Dat we niet vanuit één oplossing denken, maar beginnen bij het kind. Wat heeft dit kind, in deze familie en in deze omgeving nodig?
Soms is dat praktische hulp. Soms heeft een ouder begeleiding nodig of hulp om voldoende inkomen te verdienen. Een familie kan ondersteuning nodig hebben om kinderen naar school te laten gaan. En soms is er veel meer nodig.
Ik vind die brede blik belangrijk. Niet ons programma of een locatie staat centraal, maar het kind. En we hoeven niet alles zelf te doen. Juist door samen te werken met lokale organisaties en gemeenschappen kunnen we ervoor zorgen dat een familie de ondersteuning krijgt die echt bij haar situatie past.
SOS is er ook voor kinderen en families in noodsituaties. Past dat bij diezelfde ontwikkeling?
Absoluut. Juist wanneer oorlog, geweld of een natuurramp toeslaat, komt alles wat voor een kind vertrouwd is plotseling onder druk te staan. Families raken hun huis of inkomen kwijt, kinderen kunnen niet meer naar school en soms raken kinderen zelfs gescheiden van hun ouders.
Ook dan willen we er zijn. Op dit moment ondersteunen we bijvoorbeeld kinderen en families die getroffen worden door crises en noodsituaties in Gaza, Soedan, Venezuela, Indonesië en Nepal.
Wat SOS Kinderdorpen daarin bijzonder maakt, is dat we vaak al jarenlang in een land aanwezig zijn. Onze lokale collega’s kennen de gemeenschappen en weten wat kinderen en families nodig hebben. We kunnen daardoor niet alleen helpen tijdens de acute nood, maar ook daarna. Want als de eerste crisis voorbij is, begint voor families vaak pas de lange weg naar herstel.
En jullie kijken inmiddels ook verder vooruit, naar jongeren en hun kansen op een zelfstandig bestaan. Waarom?
Omdat ons werk niet ophoudt wanneer een kind achttien wordt. Uiteindelijk wil je dat een jongere op eigen benen kan staan, vertrouwen heeft in de toekomst en de kans krijgt daar zelf vorm aan te geven.
Daarom richten we ons ook steeds meer op jeugdontwikkeling en jeugdwerkgelegenheid. We helpen jongeren bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van vaardigheden, het vinden van een opleiding of werk en het zetten van die belangrijke eerste stappen naar financiële zelfstandigheid.
Ik vind dat een heel logisch onderdeel van ons werk. We willen kinderen niet alleen een veilige jeugd geven, maar jongeren ook een zo goed mogelijke start van hun volwassen leven. Zodat ook zij uiteindelijk zelf een sterke familie kunnen vormen.
“We willen niet pas in actie komen wanneer het misgaat, maar veel eerder kijken hoe we een familie sterker kunnen maken.”
Patricia Vermeulen
Je hebt het veel over families. Waarom vind je die zo belangrijk?
Een familie is voor een kind zoveel meer dan de plek waar het woont. Het gaat om ergens bij horen. Om mensen die je kennen, je eigen taal en cultuur, je familiegeschiedenis en de gemeenschap waarvan je deel uitmaakt.
Als je kunt voorkomen dat een kind dat allemaal verliest, heeft dat enorme waarde. Daarom vind ik het zo belangrijk dat we niet pas in actie komen wanneer het misgaat, maar veel eerder kijken hoe we een familie sterker kunnen maken.
En als een kind zijn eigen familie toch moet missen, zorgen we ervoor dat het niet alleen komt te staan. Dat is voor mij misschien wel de rode draad door alles wat SOS Kinderdorpen doet.
Wat betekent deze manier van werken voor de toekomst van SOS Kinderdorpen?
Wat mij enthousiast maakt, is dat we door de verbreding van ons werk veel meer kinderen kunnen bereiken. We kunnen eerder naast families gaan staan, er zijn als een noodsituatie alles op zijn kop zet, kinderen opvangen als ze niemand meer hebben én jongeren helpen bij de stap naar zelfstandigheid.
Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat we heel goed blijven kijken of wat we doen daadwerkelijk werkt. Bereik alleen is niet genoeg. We willen weten of een kind veiliger is geworden, of een familie sterker en zelfredzamer is en of een jongere daadwerkelijk betere kansen heeft gekregen. Uiteindelijk gaat het niet om hoeveel programma’s we hebben. Het gaat om wat er in het leven van een kind verandert.
“Uiteindelijk gaat het niet om hoeveel programma’s we hebben. Het gaat om wat er in het leven van een kind verandert.”
Patricia Vermeulen
Wat zou je willen zeggen tegen onze donateurs die SOS Kinderdorpen soms al tientallen jaren steunen?
Allereerst: heel erg bedankt. Sommige mensen zijn al zo lang met SOS Kinderdorpen verbonden dat ze onze organisatie over generaties heen steunen. Dat vind ik heel bijzonder. Zonder die betrokkenheid hadden we nooit zoveel kinderen kunnen helpen. En die steun is ook nu ontzettend belangrijk.
De wereld waarin kinderen opgroeien verandert en onze aanpak ontwikkelt mee. Maar waarvoor u ons steunt, verandert niet. We zijn er voor kinderen die dreigen hun familie te verliezen, voor kinderen die er alleen voor staan en voor families die alles op alles zetten om hun kinderen een veilige toekomst te geven.
Ik vind het belangrijk dat we u meenemen in hoe we dat doen. En vooral dat we laten zien wat er dankzij uw bijdrage daadwerkelijk verandert in het leven van kinderen en families.
Tot slot: wanneer zou jij over een paar jaar zeggen: hier ben ik als directeur trots op?
Als meer kinderen veilig binnen hun eigen familie en gemeenschap kunnen opgroeien en we tegelijkertijd kunnen laten zien dat hun leven echt ten goede is veranderd. Dat datzelfde geldt voor kinderen die niemand meer hebben. En als jongeren die ooit onze steun nodig hadden uiteindelijk vol vertrouwen hun eigen toekomst tegemoet gaan.
Maar ik zou ook trots zijn als onze donateurs zich onderdeel blijven voelen van die beweging. Want SOS Kinderdorpen kan veranderen en zich ontwikkelen, maar één ding blijft hetzelfde: we kunnen dit alleen samen.
Meer nieuws lezen? Bekijk ons nieuwsoverzicht.