Skip to main content

Samen opgroeien in een Simba Familiehuis

De relatie tussen broers en zussen is er een voor het leven. In het Simba Familiehuis zorgen we ervoor dat broertjes en zusjes te allen tijde samen blijven. Ook wanneer de ouders tijdelijk niet voor hen kunnen zorgen. Zo blijven de familiebanden intact en vinden de kinderen in deze onzekere periode steun bij elkaar. Tarik en Richard vertellen waarom het samen opgroeien met hun broertjes en zusjes zo belangrijk is. 

tweebroers_840.jpg


Christiaan* (18): ‘Mijn broertje woont helaas niet bij mij’

Christiaan (18): ‘Dit is mijn derde pleeggezin. In mijn vorige gezin en in het gezin daarvoor woonde ik samen met mijn broertje. Hij is vijf jaar jonger dan ik. Op een gegeven moment zijn we overgeplaatst, omdat het (weer) niet goed ging. Mijn broertje woont nu helaas niet meer bij mij. Jeugdzorg en andere gedragsdeskundigen vonden dat beter. Hij had meer regels nodig en paste niet in een ‘gewoon’ gezin. Ik mis hem, maar hij woont gelukkig wel in de buurt. We hebben een ijzersterke band. Het mooiste zou zijn als hij ook hier kon wonen. We zien elkaar vaak en meestal komt hij naar mij toe. Dan gaan we trampoline springen in de tuin of naar de film. Ik ga ook vaak bij zijn voetbalwedstrijden kijken. Verder gaan we altijd samen op familiebezoek. Ik vind het belangrijk om mijn eigen familie te kennen. Dan voel je je niet verloren.’

Tarik* (14): ‘Ik zou willen dat mijn zusje hier kon komen wonen!'

‘Ik woon met mijn broertje in een pleeggezin. Hij is een jaar jonger dan ik. We zijn meteen na onze geboorte uit huis geplaatst in het gezin waar we nu nog steeds wonen. We zijn familie en van hetzelfde bloed. We lijken veel op elkaar. Op school vragen ze vaak of we een tweeling zijn. Dat vind ik grappig. Ik zorg een beetje voor hem. Dan zeg ik ‘doe dit of dat maar niet.’

Ik zou hem echt heel erg missen als we niet in hetzelfde gezin konden wonen. We gamen vaak samen en verder stoeien en boksen we bijna elke dag. We zijn allebei heel druk en we worden om dezelfde dingen boos. Vorig jaar hebben we een zusje gekregen. Die kon ook niet bij onze moeder blijven. Ik vond het erg dat ze niet hebben gevraagd of ze bij ons kon komen wonen. Ze woont in een ander gezin. We gaan er soms naartoe. Het is een lief zusje en ze voelde meteen als mijn zusje toen ik haar voor het eerst zag. Ik zou eigenlijk het liefste willen dat zij ook hier kon komen wonen.’
 

*uit privacyoverwegingen zijn de namen en afbeeldingen van de geïnterviewde kinderen veranderd.