De volledige impact van de crisis op het geefgedrag is lastig in te schatten. Karien van Gennip: “2008 was voor SOS-Kinderdorpen een heel goed jaar waarin onze inkomsten met twintig procent zijn toegenomen. Alleen de donaties vanuit het bedrijfsleven bleven wat achter bij de verwachtingen. Maar de donaties van particuliere donateurs lijken stabiel te blijven. Het aantal donateurs steeg van 122.000 in 2007 naar 126.000 in 2008. Voor ons is dit brede draagvlak een belangrijke basis, omdat particuliere donaties ruim veertig procent van onze inkomsten vormen. Ten opzichte van bijvoorbeeld slechts drie procent aan overheidssubsidies is dit een aanzienlijk aandeel.”
Theo Schuyt benadrukt het belang van particuliere donaties ook. Geefgedrag in het verleden wijst uit dat mensen zelfs in economische crises donaties blijven geven. Bovendien geeft hij aan dat crises ook kansen bieden tot innovatie en creativiteit. Toch zegt SOS-Kinderdorpen alert te zijn. Van Gennip: “We zijn voorbereid op mogelijk tegenvallende inkomsten. Onze hoogste prioriteit is hierbij om onze verplichtingen na te kunnen komen naar kinderen die er alleen voor staan. Zij moeten ondanks de moeilijke situatie op ons kunnen blijven rekenen. In verband met de huidige onzekerheid over het uiteindelijke effect van de crisis op onze inkomsten, kiezen we voor een beleid van stabiliteit en zekerheid. En dat betekent extra kostenbewust zijn: wat we niet hebben, geven we ook niet uit. Hier zijn we ook richting onze donateurs open over.”
SOS-Kinderdorpen is positief over de kansen voor ontwikkeling de komende jaren. “De noodzaak van ons werk blijft onverminderd groot. In 2016 willen we met alle donateurs één miljoen kwetsbare kinderen op laten groeien in een liefdevol gezin”, aldus Van Gennip. Een trouwe achterban is hierbij van cruciaal belang. Schuyt benadrukt dat betrokken donateurs die vrijwillig voor een goed doel kiezen hun steun niet zomaar opzeggen. Ook niet in tijden van financiële tegenslag. Van Gennip: “De crisis in Nederland blijft natuurlijk relatief: kwetsbare kinderen waarvoor wij ons inzetten zullen de klap veel harder voelen dan wij. En wij hopen dat het Nederlandse publiek zich hier ook van bewust is.”